Hoe journalistiek platform De Correspondent een alternatieve houding aanneemt ten opzichte van de theoriegeladenheid van de media[1]


  1. Inleiding: De Correspondent, een media-revolutie

Op 24 september 2012 wordt bekend dat hoofdredacteur Rob Wijnberg ontslagen is bij dagblad NRC Next. Het moederconcern NRC is het niet eens met de koers en besluit het roer om te gooien: “NRC wil een steviger positie in de ochtend en gaat nrc.next iets newsier maken.”[2] Wijnberg past niet in die doelstelling.

Hij lijkt niet lang van slag en komt op 18 maart 2013, nog geen half jaar later, met een nieuw journalistiek initiatief: De Correspondent. Op prime time landelijke Nederlandse televisie – bij het goed bekeken ‘De Wereld Draait Door’ – legt hij uit wat het doel is van De Correspondent: “Onderscheidende journalistiek (…) die de waan van de dag overstijgt.”[3] Ofwel: juist mínder newsy.

Het pleidooi voor minder nieuws gaat ongeveer zo: De meeste media hollen achter de feiten aan, zonder in vraag te stellen welke feiten dat dan zijn. De beschreven gebeurtenissen zijn daardoor vaak degene die het meest in het oog springen, maar dat zijn niet noodzakelijk de meest relevante.

De Correspondent heeft een ander doel, namelijk “(…) de dieperliggende structuren en ontwikkelingen achter het nieuws in beeld brengen. De artikelen moeten de lezer nieuwe inzichten bieden in hoe de wereld werkt.”[4]

Cruciaal voor het nieuwe platform zijn de correspondenten: “De auteurs staan centraal (…) en die bepalen ook onze nieuwsagenda.”[5] Als abonnee – de site werkt met betalende leden die toegang hebben tot de content – kan je de verschillende correspondenten volgen. Dat betekent dat je, voorafgaand aan de gepresenteerde artikelen, deelgenoot wordt van het proces. In korte artikelen, gedeelde bronnen en zelfs oproepen tot bijdragen, toont de correspondent de weg die leidt naar het uiteindelijke resultaat. Inclusief zijn eigen bedenkingen bij de keuzes die onderweg gemaakt worden.

De visie die De Correspondent naar voren schuift, lijkt sterke overeenkomsten te hebben met Thomas Kuhns ideeën, zoals gepresenteerd in ‘The Structure of Scientific Revolutions’ (1962). In dit wetenschapsfilosofische werk bespreekt Kuhn hoe een wetenschapper altijd onderhevig is aan een bepaald paradigma. Gevolg daarvan is dat hij of zij ‘theoriegeladen’ is: aannames over de wereld kleuren je onderzoek, je taal en je empirische ervaring van die wereld.

Maar Kuhns ideeën zijn niet alleen van toepassing op de wetenschap. De casus van De Correspondent toont hoe ook media met theoriegeladenheid te maken hebben. Een journalist kan die subjectiviteit niet uitschakelen, maar zou dat wellicht ook helemaal niet moeten willen.

In deze paper probeer ik uiteen te zetten waarom dat benadrukken van de subjectiviteit van de journalist gelezen kan worden als een Kuhniaanse visie, en waarom dat aanleiding zou kunnen geven om de journalistieke deugd van de objectiviteit te vervangen door die van transparantie.

 

  1. Kuhns noodzakelijke theoriegeladenheid

In ‘The Structure of Scientific Revolutions’ geeft Thomas Kuhn twee definities van ‘paradigma’, waar hij later – zie zijn nawoord uit 1969[6] – voorrang geeft aan de tweede: “het paradigma als gedeeld voorbeeld”[7]. Kuhn introduceert hiervoor de term exemplar: het model dat gevormd wordt door “universeel erkende wetenschappelijke resultaten”[8] die “het fundament voor haar (van een bepaalde wetenschappelijke gemeenschap, TM) verdere praktijk”[9] vormt.

In hoofdstuk X schrijft Kuhn over wat zo’n paradigma doet met de blik van de wetenschapper op de wereld: “paradigm changes do cause scientists to see the world of their research engagement differently.”[10] Zo’n paradigma brengt aannames met zich mee, vaak impliciet; een verzameling vooronderstellingen die je maakt, de verwachtingen die je hebt, voordat je data verzamelt, concepten hanteert of waarnemingen doet. Theorie en praktijk zijn in een loop van constante feedback met elkaar verbonden.

Dat de verwachtingen die je hebt, de ‘theoriegeladenheid’, van invloed zijn op je waarneming kán contra-intuïtief lijken. Kuhn legt het als volgt uit:

“something like a paradigm is prerequisite to perception itself. What a man sees depends both upon what he looks at and also upon what his previous visual-conceptual experience has taught him to see.”[11]

Ofwel, de “world of the research engagement”[12] is iets wat je moet leren zien. Het kan niet worden vertaald naar enkel propositionele inhouden, er zit een element van knowhow in besloten, van kennis die betrekking heeft op het belichaamd existeren van een organisme in de wereld. We zouden daarom misschien beter kunnen spreken van ‘praktijkgeladenheid’, waar de theorie een mogelijk onderdeel van vormt. De geschiedenis van de praktijk, de ervaring, bepaalt mede hoe we nieuwe ervaringen tegemoet treden.

Professor Maarten Van Dyck leest hierin een enactivistische visie op hoe onze cognitie werkt. Hierbij wordt waarnemen opgevat als een vorm van handelen, als een interactie tussen een organisme en zijn omgeving. Pas door omgang met de wereld worden onderscheiden gemaakt, waaronder die tussen de omgeving en het organisme zelf. Zo worden object en subject tegelijk geconstitueerd.

Een ‘object’ moet in deze opvatting dus functionalistisch worden opgevat, als een stabiele mogelijkheid van handelingen. ‘Leren zien’ is dan het structureren van de handelingsmogelijkheden in je omgeving.[13]

Kuhn geeft een ogenschijnlijk eenvoudig argument dat uit het ongerijmde moet aantonen dat wij geen toegang hebben tot de ‘zuivere’ prikkel, zoals die van de wereld uit zou gaan: “neither scientists nor laymen learn to see the world piecemeal or item by item.” We kiezen, vaak onbewust, waar onze aandacht naar uitgaat. Er is geen neutrale ervaring, geen chronologisch onderscheid tussen waarneming en interpretatie.

 

  1. Theoriegeladenheid in de media

Bij kranten staat bij een artikel vaak iets als ‘van de redactie’[14], een toevoeging die zou kunnen suggereren dat het niet zou moeten uitmaken wie het schrijft, dat er een maatstaf is die ieder redactielid na kan leven. Deze maatstaf is die van de objectiviteit.

Vanuit Thomas Kuhn zijn hier grote vraagtekens bij te plaatsen. En ook Rob Wijnberg spreekt zich expliciet uit tegen de mogelijkheid van objectiviteit, tegen “het gangbare beeld dat de journalistiek van zichzelf heeft. Dat luidt: wij registreren, beschrijven, verslaan de wereld.”

Een journalist is theoriegeladen, of hij nu wil of niet. Bijvoorbeeld al in de keuze van wát beschreven wordt. Daarin klinkt door wat de journalist als een probleem beschouwt, of wat hij of zij de moeite waard vindt. Ook de invalshoek van het artikel, de accenten die worden gelegd, verraadt welk ‘object’[15] de functie vervult van interessant of relevant te zijn. Deze keuze, hoe onbewust misschien ook, is een louter subjectieve keuze, gebaseerd op de interactie van de journalist met de wereld. Rob Wijnberg schrijft in een column op De Correspondent: “Nieuws ‘komt niet tot ons,’ nieuws wordt gemaakt. Nieuws is geen gebeurtenis, nieuws is een beslissing.”[16]

In het manifest dat De Correspondent op zijn site heeft gepubliceerd, worden de tien principes van het platform verwoord. Nummer één articuleert reeds dit besef: “De Correspondent wil juist de dieperliggende structuren en ontwikkelingen achter het nieuws in beeld brengen. De artikelen moeten de lezer nieuwe inzichten bieden in hoe de wereld werkt.” Bij het tweede principe is te lezen dat de poging is “relevantie zwaarder te laten wegen dan actualiteit”. De verwachtingen van wat informatief en relevant is, vooronderstelt bepaalde waarden, die niet universeel te bepalen zijn.

Het maakt de journalistiek een inherent morele bezigheid. Wijnberg: “Zélfs voor de verslaggever die alleen de wereld wil ‘beschrijven,’ geldt dat een moraal noodzakelijk is: je moet een idee hebben van wat er wel en niet toe doet óm te beschrijven.”[17]

 

  1. Transparantie als leidende journalistieke deugd

Als we hier niet onderuit kunnen, onder die vooringenomenheid, is de deugd van de objectiviteit dan wel de meest nastrevenswaardige voor een journalist? Wellicht moet dat clichébeeld overboord en is het zinniger te spreken over ‘transparantie’ als leidende deugd. Een verantwoordelijk journalist is in die optiek een subject dat verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar subjectieve keuzes. Op die manier wordt er kleur bekend en wordt erkend dat er geen view from nowhere mogelijk is

Harmen Groenhart, docent Media & Onderzoek op de Fontys Hogeschool, analyseerde niet lang voor de lancering van De Correspondent 75 nieuwsorganisaties en kwam tot de conclusie dat er van transparantie weinig sprake is. Zo is bijvoorbeeld “de publieksredacteur zo goed als verdwenen” is, en blijkt “dat slechts een op de vijf nieuwsmedia een ethische code publiceert en dat redactiestatuten al helemaal niet te vinden zijn.”[18]

Op De Correspondent lijken ze zich beter bewust te zijn van hun morele positie. In de eerste plaats door zich niet te richten op het accidentele nieuws, de uitzonderingen. Daarmee bevestig je de regel, eerder dan dat je de structuren achter de gebeurtenis probeert bloot te leggen. Door daarnaast de individuele correspondent op te voeren, wordt duidelijk dat je met een persoonlijk gekleurde weergave te maken hebt. Als je als correspondent je lezer deelgenoot maakt van het proces – van de vragen die je stelt, van de bronnen die je raadpleegt, van het perspectief dat je inneemt – toon je je subjectiviteit, in plaats van haar te ontkennen.

Een mooi praktijkvoorbeeld van het nemen van verantwoordelijkheid is het jaarverslag dat De Correspondent in september 2017 publiceerde. Naast een financiële verantwoording was er ook een journalistieke verantwoording[19], waarbij één van de paragrafen de fouten van dat jaar op een rij zet. Door die zelfreflectie openbaar te maken, schuift De Correspondent een andere deugd naar voren dan de, op zijn minst in Wijnbergs ogen, dominante deugd van de objectiviteit. Namelijk: transparantie.

Bij het tweede principe van het De Correspondent-manifest staat dat streven te lezen: “openlijk verantwoording af te leggen over de eigen journalistieke keuzes en dilemma’s”. Objectiviteit mag dan een illusie zijn – je kunt niet buiten je paradigma – maar de subjectiviteit, het paradigma, kan wel bevraagd worden.

Dit vereist wel een bewustzijn van het eigen paradigma. Volgens Kuhn is dit niet volledig mogelijk, getuige zijn nadruk op het belang van knowhow, van praktische kennis. Dat is kennis die niet te algoritmiseren, en daardoor niet helemaal te delen, is. Maar de blijvende poging om dat te onderzoeken, is het uitoefenen van de hoogst haalbare deugd in de journalistiek: transparantie.

 

  1. Conclusie

Thomas Kuhn beschrijft hoe wetenschap steeds vanuit een bepaald paradigma werkt, waardoor bepaalde verwachtingen reeds besloten liggen in de opzet van experimenten, de gehanteerde concepten en de inhoud van de waarneming.

Deze ‘theoriegeladenheid’ kan ook worden herkend in het journalistieke landschap. Net zoals vaak over wetenschap hoogdravend wordt gesproken als ‘objectief’ is dat ook in de journalistiek een ideaal, zo niet het hoogste ideaal. Maar met Kuhns ideeën in het achterhoofd kunnen we begrijpen dat dit geen haalbaar ideaal is, vanwege het ontbreken van een externe maat – de Kuhniaanse ‘incommensurabiliteit’.

Journalistiek platform De Correspondent gebruikt een ander model. Voor hoofdredacteur Rob Wijnberg is de subjectiviteit een gegeven en is het juist zaak dat te benadrukken door de overwegingen van de journalisten te delen met de lezers. De waarden die ten grondslag liggen aan die keuzes worden zo onderdeel van de discussie en van het verhaal.

Op het niveau van de journalistiek zelf werpt dit de vraag op of objectiviteit als journalistieke deugd niet zou moeten worden vervangen voor transparantie. Dus niet de illusie van een view from nowhere, maar de verantwoordelijkheid om de eigen grondslagen in de openbaarheid te onderzoeken.

Het is voer voor verder nadenken wat betreft hoe dat het best te doen; wellicht zijn er zelfs manieren om de praktische kennis verder te articuleren. Bovendien zou ik geïnteresseerd zijn hoe De Correspondent zelf onderdeel is, en op wat voor manier, van een verschuivend paradigma in de media.

Op zijn minst neemt De Correspondent een andere houding aan ten opzichte van het onontkoombaar paradigmatische van de journalistieke praktijk en in die zin kan De Correspondent wellicht als exemplar dienen voor andere media, een voorbeeld dat de illusie van objectiviteit laat varen en zijn subjectieve, morele positie probeert bloot te leggen.


Bibliografie                                                               

Bird, Alexander. 2013. “Thomas Kuhn”. The Stanford Encyclopedia of Philosophy. Fall 2013. Geraadpleegd 20 april 2018. https://plato.stanford.edu/archives/fall2013/entries/thomas-kuhn/.

Groenhart, Harmen. “‘De krant mag best met de billen bloot’”. De Volkskrant. 31 mei 2012. Geraadpleegd 19 april 2018. https://www.volkskrant.nl/recensies/-de-krant-mag-best-met-de-billen-bloot~a3263340/.

“Journalistiek initiatief ‘De Correspondent’ van Rob Wijnberg”. De Wereld Draait Door. 18 maart 2013. VARA. https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/217506.

Kuhn, Thomas S., 1922-1996 (viaf)22144060, en Bastiaan Willink 1945- (viaf)44472989. 1979. De structuur van wetenschappelijke revoluties. 3e herziene druk. Meppel : Boom. http://lib.ugent.be/catalog/rug01:000013447.

Kuhn, Thomas S., en Ian Hacking. 2012. The structure of scientific revolutions. Fourth edition. Chicago ; London: The University of Chicago Press.

“MANIFEST”. z.d. De Correspondent. Geraadpleegd 20 april 2018. https://decorrespondent.nl/manifest.

Nickles, Thomas. 2017. “Scientific Revolutions”. The Stanford Encyclopedia of Philosophy. Winter 2017. Geraadpleegd 19 april 2018. https://plato.stanford.edu/archives/win2017/entries/scientific-revolutions/.

“Rob Wijnberg stopt als hoofdredacteur van nrc.next”. 24 september 2012. Geraadpleegd 19 april 2018. https://www.nrc.nl/nieuws/2012/09/24/rob-wijnberg-stopt-als-hoofdredacteur-nrc-next-a1441442.

Van Dyck, Maarten. Collegereeks “Kennisleer II”. Universiteit Gent. Februari t/m april 2018.

Wijnberg, Rob. “Dit was jaar vier van De Correspondent (met een blik op de toekomst)”. De Correspondent. 30 september 2017. Geraadpleegd 19 april 2018. https://decorrespondent.nl/7395/dit-was-jaar-vier-van-de-correspondent-met-een-blik-op-de-toekomst/38494324935-a23b369e.

———. “Waarom alle journalistiek een vorm van activisme is (ook al bevestigt het vaak juist de status quo)”. De Correspondent. 20 oktober 2017. Geraadpleegd 19 april 2018. https://decorrespondent.nl/7498/waarom-alle-journalistiek-een-vorm-van-activisme-is-ook-al-bevestigt-het-vaak-juist-de-status-quo/39030486594-0cb0fbe6.

———. “Stondpunten: Hierover veranderden correspondenten van mening in 2017”. De Correspondent. 30 december 2017. Geraadpleegd 19 april 2018. https://decorrespondent.nl/7777/stondpunten-hierover-veranderden-correspondenten-van-mening-in-2017/40482807981-38aeec26.


[1] De titel komt uit een artikel van Rob Wijnberg: “Waarom alle journalistiek een vorm van activisme is (ook al bevestigt het vaak juist de status quo)”, De Correspondent, 20 oktober 2017, https://decorrespondent.nl/7498/waarom-alle-journalistiek-een-vorm-van-activisme-is-ook-al-bevestigt-het-vaak-juist-de-status-quo/39030486594-0cb0fbe6.

[2] “Rob Wijnberg stopt als hoofdredacteur van nrc.next”, 24 september 2012, https://www.nrc.nl/nieuws/2012/09/24/rob-wijnberg-stopt-als-hoofdredacteur-nrc-next-a1441442.

[3] “Journalistiek initiatief ‘De Correspondent’ van Rob Wijnberg”, De Wereld Draait Door, 18 maart 2013, https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/217506.

[4] “MANIFEST”, De Correspondent, z.d., geraadpleegd 20 april 2018.

[5] “Journalistiek initiatief ‘De Correspondent’ van Rob Wijnberg”.

[6] Thomas S. Kuhn en Ian Hacking, The structure of scientific revolutions, Fourth edition (Chicago ; London: The University of Chicago Press, 2012).

[7] Kuhn en Hacking, 186.

[8] Kuhn en Hacking, xlii.

[9] Kuhn en Hacking, 10.

[10] Kuhn en Hacking, 111.

[11] Kuhn en Hacking, 113.

[12] Kuhn en Hacking, 111.

[13] Maarten Van Dyck, collegereeks “Kennisleer II”. Februari t/m april 2018.

[14] Bij het NRC-artikel dat het ontslag van Wijnberg wereldkundig maakt, staat bijvoorbeeld, ironisch genoeg: ‘een onzer redacteuren’.

[15] Een gebeurtenis kan ook als ‘object’ gezien worden in die zin dat tijd, net als ruimte, uit ontelbare fragmenten bestaat en het een keuze is waar je de grenzen trekt en wat je daardoor als een geheel beschouwt.

[16] Wijnberg, “Waarom alle journalistiek een vorm van activisme is (ook al bevestigt het vaak juist de status quo)”.

[17] Wijnberg.

[18] Harmen Groenhart, “‘De krant mag best met de billen bloot’”, De Volkskrant, 31 mei 2012, https://www.volkskrant.nl/recensies/-de-krant-mag-best-met-de-billen-bloot~a3263340/.

[19] Rob Wijnberg, “Dit was jaar vier van De Correspondent (met een blik op de toekomst)”, De Correspondent, 30 september 2017, https://decorrespondent.nl/7395/dit-was-jaar-vier-van-de-correspondent-met-een-blik-op-de-toekomst/38494324935-a23b369e.