Oud en nieuw
ter gelegenheid van 1 januari 2014

 

Gretig grijp ik elke gelegenheid aan om een nieuw begin te maken. Een maandagochtend, m’n verjaardag, nieuwjaar. Ik ben vaak verhuisd in mijn leven, – zo’n vijftien keer, leert een snelle telling – en ik krijg daar altijd energie van. Het is misschien typisch voor een perfectionist; de wil om te geloven in de belofte van beterschap. Schepen achter je verbranden en nieuwe wateren tegemoet. Een schone lei waarop alles weer fan-tas-tisch kan worden.
Natuurlijk duurt het meestal niet lang voor de goede voornemens – al zijn ze bij mij niet zo concreet, maar meer een algeheel ‘vanaf nu!’ – zijn overwoekerd door het onkruid van ego, luiheid en angst, maar de eerste dagen groeit er hoop.

 

Op het einde van zijn leven zat Vincent van Gogh in een psychiatrische inrichting in Saint-Rémy. Hij schilderde volop en was tegelijk zwaar depressief (story of his life, geloof ik).
Op 31 januari 1890, nog geen half jaar voor Vincents dood, schreef broer Theo hem dat hij een zoon had gekregen; Vincent Willem hadden ze hem genoemd. Vrijwel meteen na ontvangst van het bericht zette oom Vincent zich aan wat één van zijn beroemdste werken zou worden, de ‘Amandelbloesem’. Een cadeau voor boven het kraambed.
De keuze voor amandelbloesem was niet lukraak. Het is één van de vroegst bloeiende bomen die soms al eind februari het begin van de lente aankondigt.

Een aantal winters geleden was ik in het Van Gogh Museum. Het was bar koud buiten en de voorspellingen gaven aan dat dat nog wel even zo zou blijven. Het jaar was nog jong, maar het nieuwe was er al vanaf; er werden geen nieuwjaarswensen meer gewisseld. Het moet zo rond ‘Blue monday’ geweest zijn – de laatste maandag van januari, waarvan is aangetoond (in een waarschijnlijk Diederik Stapel-achtig onderzoek, maar goed) dat mensen zich op die dag gemiddeld het meest somber voelen.
Dus ik loop door het museum, rillend en chagrijnig, en ineens hangt daar die diep-blauwe lucht, met daartegen die wit-gele amandelbloesem. Ik kende het eigenlijk vooral van koffiemokken, koektrommels en mousepads – je zou bijna vergeten dat het een echt schilderij is. Maar feit is dat ik vol schoot van de ‘Amandelbloesem’. Iets met eenvoud en schoonheid en de hoop dat het beter wordt.

Ja, een nogal groots gevoel. Voorbij ironie en cynisme. Ik wilde er iets mee, al was ik huiverig om het in een lied te vangen; bang voor potsierlijke pretentie. Maar er wordt al zoveel gerelativeerd, dacht ik meteen, laat ik daar een keertje niet aan mee doen.

Proost!
Op een nieuw begin.


Amandelbloesem

tekst: Thijs Maas
muziek: Thijs Maas en Dafne Holtland

 

nu is het winter
de dagen steeds korter
de nacht is weer langer
dan gister

de snijdende lucht
verzucht:
zie je, vriendje
je mist ’r

en het duurt nog zo lang
voor de lente begint
de kou neemt voorlopig slechts toe
het water staat stil in de ijzige sloot
ik ben mat en alleen
ik ben moe

en dus moet ik sterk zijn
de amandelbloesem voor me zien
de helderblauwe lucht misschien
een levendige vlucht vooruit
het voorjaar in
een nieuw begin

maar het is winter
met elke nacht
nadert de kortste dag dichter
verraderlijk zacht
kleurt sneeuw de wereld
wat lichter

maar laat je niet dollen
de dood is geweest
niet in ’t zwart
maar in duizendmaal grijs
heeft hij allang huisgehouden
vanzelf vergaat het bewijs

en dus moet ik sterk zijn
de amandelbloesem voor me zien
de helderblauwe lucht misschien
een levendige vlucht vooruit
het voorjaar in
een nieuw begin

nu is het winter
maar als ik ’t zien wil begint er
alweer wat te bloeien
een vaag verlangen te groeien
naar de amandelbloesem
ik hou me vast aan de takken
die meters verzakken
maar breken doen ze niet
omdat ze sterk zijn

sterk zijn
de amandelbloesem voor me zien
de helderblauwe lucht misschien
een levendige vlucht vooruit
het voorjaar in
een nieuw begin
de dood voorbij
een kievitsei