Hebban olla vogala nestas hagunnan

hinase hic andu thu,

wat unbiddan we nu.

 

De eerste Nederlandstalige geschreven zin. Tenminste, dat leek lange tijd zo. Er schijnt inmiddels een oudere gevonden te zijn. De zin die inmiddels wordt beschouwd als de oudste, uit de Nederlandse taal is:


maltho thi afrio lito.

 

Ofwel: ‘ik maak je vrij, halfvrije’.

Ook mooi.

Maar het gaat mij toch nog even over die met die vogeltjes.
Er is een serieuze wetenschapper, mediëvist Frits van Oostrom, die onderzoek heeft gedaan naar die zin.  Voorzichtig concludeerde Van Oostrom dat het door een vrouw zou zijn geschreven. Iets met dat het lied dezelfde vorm heeft als bekende Europese vrouwenliederen uit die tijd.
Natuurlijk is ook de inhoud archetypisch vrouwelijk:

Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve jij en ik, waar wachten we nog op?

Toen ik dat las, in een krantenbericht, schoot mijn verbeelding in gang.
Het klonk me ineens in de oren als een goed r&b-refrein, een sexy meisjes-koortje, afgewisseld met een rapper die eens even zijn bindingsangst gaat verwoorden.

 

 

Hebban olla Vogala

tekst: Thijs Maas
muziek: Thijs Cuppen & Thijs Maas
uitvoering: MAAS

 

ik spreek namens niemand
en niemand namens mij
ik ben vrijgevochten
ik hoor nergens bij

mij komt alle eer toe
mij treft alle blaam
doe jij wat jij moet doen
maar niet in mijn naam

daar sta ik op m’n podium
en dan komt zij voorbij
ze kijkt me aan en
ze zegt iets tegen mij
tegen mij

hebban olla vogala nestas bagunnan
hinase hic enda thu
hebban olla vogala nestas bagunnan
wat unbidat ghe nu

er staat altijd een koffer klaar
zolang die in de hoek mag staan
laat ik ’m onaangeraakt
hoef ik nergens heen te gaan

de zekerheid van vrijheid
gaat boven al het andere
leer jij daar maar mee leven
want ik zal niet veranderen

ik spreek namens niemand
en niemand namens mij
ik ben vrijgevochten
ik hoor nergens bij

als jij mij niet bezitten wil
dan ben ik van jou
dat zeg ik haar, maar
ze antwoordt als een vrouw
als een vrouw

hebban olla vogala nestas bagunnan
hinase hic enda thu
hebban olla vogala nestas bagunnan
wat unbidat ghe nu

begrijp me niet verkeerd
ik sta niet aan de overkant
ik wil niet afgesneden zijn
maar een schiereiland

ik vlieg wat rond
in hetzelfde bos
laat me vrij
laat me vrij
maar laat me niet los